This is an old revision of the document!
Historie Groeneweg
Van de oude Utrechts Archief site: Utrecht West (19de eeuw en 20ste eeuw)
//Buiten de Catharijnepoort begon in de middeleeuwen de stadsweide. Hier lieten de Utrechtse burgers hun koeien grazen en haalden zij hout vandaan. In 1432 zat de stad zo in geldnood dat zij delen van de stadsweide verkocht. De nieuwe eigenaren bouwden er boerderijen. Een deel van de boerderijen werden in de loop van de tijd uitgebouwd tot luxe buitenplaatsen zoals Leeuwenstein.
In de 17de eeuw kwamen ook bedrijfjes aan de (net gegraven) Leidse Rijn en de Vleutensewetering: houtzaagmolens, brouwerijen en steenbakkerijen. Deze waterwegen kan je zien als de snelwegen van die tijd: trein en auto waren er nog niet en de meest betrouwbare vorm van vervoer was de trekschuit, met regelmatige diensten op steden in de omgeving. De trekschuiten legden regelmatig aan bij herbergen zoals Jaffa en Den Hommel.
De spoorwegen namen in de 19de eeuw de rol van de trekschuiten over. Het water bleef bedrijven wel trekken, zoals de komst van grote machinefabrieken Hamburger en Jaffa bewijst. De arbeiders die daar werkten, moesten ergens wonen. Zo ontstonden de woonwijken Lombok, Majellapark en Schepenbuurt. Meer naar het westen In Oog-en-al en de Halve Maan kwam het kantoorpersoneel van de fabrieken te wonen. //
Van Wikipedia:
//Geschiedenis
Kaart uit circa 1708 met roodgekleurd de ommuurde stad. Daaromheen is in andere kleuren de stadsvrijheid weergegeven. Linksonder in de kaart is in geel de Lage Weide ingekleurd, rechts daarvan de Hoge Weide in meerdere kleuren (noot: noordoost ligt boven in de kaart).
Ten noordwesten van de middeleeuwse ommuurde stad Utrecht lag een stadsweide die bekendstond als Trechter Weyde. Het grondgebied ervan was enkele malen groter dan het oppervlak binnen de stadsmuren. Het land van de stadsweide is een van de eerste die in de directe omgeving van Utrecht in cultuur is gebracht. De grond was aanvankelijk gezamenlijk bezit van de burgers van de stad en werd door hen gebruikt voor het vee. Een deel van Hoge Weide was echter bezit van drie Utrechtse kapittels. De eigendomsrechten van de stadsweide kwamen daarna aan de stad toe. Deze verpachtte de grond om er inkomsten uit te genereren. Rond 1315 is de stadsweide opgedeeld in kavels, die omstreeks 1433 openbaar werden geveild wegens grote tekorten waarmee de stad te kampen had.
Het grondgebied van de stadsweide bestond uit twee delen: de Lage Weide aan de noordzijde en zuidelijk de Hoge Weide. Beide vormden in de stadsvrijheid een apart buitengerecht (een gebied waarin lokaal men onder meer lagere rechtspraak kende, maar waarin de stad grote invloed had en onder meer de hogere rechtspraak uitvoerde). De grens tussen deze twee buitengerechten werd gevormd door de Vleutense Wetering/ Vleutenseweg. De Hoge Weide werd in het westen begrensd door een oude loop van de rivier de Rijn, in het zuiden zou de Leidse Rijn de grens vormen. De Hoge Weide bevond zich op een stroomrug van de rivier de Rijn die hier voorheen liep. Daarentegen bestond de Lage Weide uit veengrond met daarover een laag komklei. In de Lage en Hoge Weide verrezen vanaf omstreeks 1433 particuliere boerderijen. Een boerderij in de Hoge Weide werd uitgebouwd tot de buitenplaats Leeuwenstein.
Begin 19e eeuw werd uiteindelijk de stadsvrijheid opgeheven, waarna de Hoge Weide enkele jaren onder een zelfstandige plattelandsgemeente viel. Gaandeweg verloor de Hoge Weide meer en meer haar landelijke karakter tot op het punt dat ze vandaag de dag (vrijwel) geheel bebouwd of anderszins is omgevormd. In dit proces vonden vooral vanaf 1850 stadsuitbreidingen plaats in de voormalige Hoge Weide, waarin onder andere de buurt Lombok en de Vinex-wijk Leidsche Rijn verrezen. Ook het Merwedekanaal (het latere Amsterdam-Rijnkanaal) zou dit gebied gaan doorkruisen.//
Onderstaande kaarten (gekopieerd van Topotijdreis geven een inzicht in hoe het landschap en de Groenendijk veranderden.











